De verborgen Romein van Paushuize

      Reacties uitgeschakeld voor De verborgen Romein van Paushuize

Op de hoek van de Kromme Nieuwegracht en Achter Sint Pieter staat Paushuize. Een pand gebouwd vanaf 1517 waar Adrianus VI, de eerste en enige Nederlandse paus beoogde te wonen. Adrianus VI werd echter pas verkozen in 1522 en stierf een jaar later in Rome. Hij heeft daardoor als paus nooit in Utrecht gewoond. 

Nu laat ik dat Paushuize even voor wat dat is en wil de aandacht verleggen naar dat toch wel opvallende ornament boven de binnenkant van de poort. Boven de binnenkant hangt een beeld van een Romeins soldaat die een kogel werpt, met het Latijnse onderschrift

non omne quod miniatur ferit

wat staat voor “Niet alles wat dreigt, treft ook”.

Dat ornament werd in 1633 aangebracht door de toenmalige bewoner jonkheer Daniel d’Ablaing die het pand in 1612 kocht van jonkheer Reijnhart van Aeswijn, heer van Brakel. De spreuk was een lijfspreuk van Daniel d’Ablaing.

Onfatsoenlijk gedrag

Maar Daniel d’Ablaing was blijkbaar een fraai exemplaar. Na zijn aankoop van het pand in 1612 bracht hij wel verbeteringen aan,  hij legde de brug voor de poort aan, en liet hij de zuidvleugel bouwen, maar er was verder nogal wat weerstand tegen hem wegens onfatsoenlijk en lichtzinnig gedrag. Nu heb ik helaas niet kunnen vinden hoe Daniel d’Ablaing zijn levensstijl invulde, wat hij daarin uitvoerde en wat dat onfatsoenlijke gedrag dan wel precies inhield, maar er werden verschillende processen tegen hem gevoerd, dus er moest wel wat aan de hand zijn. Er waren bezwaren.

Niet dat het Daniel d’Ablaing echt wat uitmaakte. Als reactie op die processen liet hij in 1633 dit reliëf, dit ornament met deze strekking maken en aanbrengen. “Jullie kunnen me wat!” Blijkbaar was hij zeker van zijn zaak, en was  niet van plan om zijn levensstijl, wat dat ook was, aan te passen.

Verbannen

Niettemin werd Daniel d’Ablaing in 1643 verbannen wegens zijn lichtzinnigheid en verkocht hij zijn huis een jaar later aan de deken van Sint Pieter, Jacob van Asch van Wijk. Het ornament is sindsdien gebleven.